VLIF-subsidies

 

I. Belangrijkste wijzigingen VLIF-reglementering - laatste bijwerking juli 2008

-         er waren reeds een aantal wijzigingen die ingegaan zijn op 01/01/2008 (zie ook III)
voornaamste:
  1. overname 2de fase niet meer betoelaagd vanaf 31/12/2007
  2. overname 2de bedrijf niet meer betoelaagd vanaf 01/01/2007
  3. vermindering maximaal bedrag bij eerste installatie van 75000 euro naar 55000 euro.

    nieuwe wijziging  in toepassing sedert 01/01/08:
            kapitaalpremie van 25000 euro  is 40 000 euro enkel voor vennootschappen
Nieuwe wijzigingen:
Vooraf: afschaffen van maximumnorm van 10 VAK
1. afschaffing steunpercentage van 40% - dit wordt 30% : gaat onmiddellijk in (vanaf 27/06/08)
voor welke investeringen:
- waterzuivering
-energiebesparingen
- thuisverwerking
-thuisverkoop
-biologische landbouw
-hoevetoerisme
Blijven nog 3 steunpercentages:
30%:
Investeringen gericht op realisatie van een landbouw met verbrede doelstellingen, duurzame landbouw, biologische landbouw of de reconversie van het landbouwbedrijf
- zie hierboven
-hernieuwbare energiebronnen (zonnepanelen, biogas,aanpassing tractor voor PPO,..)
20%:
Investeringen in onroerend goed die gericht zijn op de realisatie van een structuurverbetering
(bedrijfsgebouwen, serres,..)
10%
overige investeringen
(vb. nieuw materieel)
2. versoepelingen voor de veehouderij: gaan pas in op 01/01/2009!
- afschaffing sectorgebonden beperkingen.
De subsidie is niet meer gekoppeld aan voorwaarden zoals zelf verwerking; hoevetoerisme, biologische landbouw,etc..
er kan dus steun gegeven worden voor uitbreidingsinvesteringen.
opgelet: capaciteitsvoorwaarde: de investering moet gedekt zijn door een milieuvergunning en de nodige NER's
Het is wel mogelijk dat de uitbreiding wordt gerealiseerd met NER's via mestverwerking.
Opm. is moeilijk om nieuwe stallen voor melkvee te subsidiÎren wanneer dit kadert in een uitbreiding maar waarbij het nodige quotum er niet is (cfr te verwachten afschaffing in 2015)


3. afschaffing voorwaarde grondgebondenheid (tot nu toe 2 GVE/ha)
dit maakte dat in Vlaanderen de vleesvee sector nauwelijks van steun kon genieten. Door deze afschaffing wordt dit wel mogelijk.
Ook vleeskalversector krijgt terug VLIF-steun

4. Geen sectorvoorwaarden maar een opsomming van niet-subidiabele investeringen volgens de Europese verordening + aanvullend Vlaamse elementen
vanaf 01/01/2009
1. aankoop van grond
2. bouwen ,verbouwen en uitrusten van varkens - en pluimveestallen die  niet voorkomen op de lijst van ammoniakemissiearme stallen ter uitvoering van het Vlarem
3. verbouwen en uitrusten van bestaande varkens- en pluimveestallen, behalve als de investeringen gericht zijn op de verbetering van het leefmilieu, de hygiÎne en het welzijn van de dieren
4. aankoop van productie- en emissierechten
5. aankoop van bedrijfsgebouwen voor de huisvesting van de dieren ( in praktijk enkel nog steun voor aankoop van bedrijfsgebouwen van niet meer dan 15 jaar)
6. investeringen in mestbewerking en -verwerking
7. vervangingsinvesteringen, de vervanging van gesubsidieerde onroerende goederen die minder dan 10 jaar oud zijn of van roerende goederen die minder dan 5 jaar oud zijn.
8 aanleggen van een boorput voor diep grondwater en investeringen die gericht zijn  op het gebruik van dat water
9. aankoop van dieren, behalve uitzonderingen bij omschakeling naar de biologische productiemethode
10. aankoop van tweedehands bedrijfsuitrusting, behalve als de aanvrager minder dan 5 jaar gevestigd is als landbouwer en jonger is dan 40 jaar, en van tweedehands- en demonstratiematerieel
Hoofdzakelijk was dit voorheen ook niet betoelaagbaar
Opgelet:
Aankoop stallen van meer dan 15 jaar oud: mogelijkheid tot steun wordt stopgezet op 01/01/09
Vb. aankoop van bedrijfsgebouwen van meer dan 15jaar  dus niet meer betoelaagd in de toekomst
5. Voor varkens- en pluimveestalllen
- nieuwbouw: voorwaarde ammoniakemissie-arme stallen
-verbouwingen: enkel indien gericht op verbetering leefmilieu, hygiÎne en dierenwelzijn (geen wijziging)
6. hoeveproducten worden enger geformuleerd:
- enkel investeringen gericht op vervaardigen en verkopen op de hoeve of in een buurtwinkel van artisanale hoeveproducten krijgen de verhoogde steun van 30%
Niet: Semi-industriÎle verwerking (geschilde aardappelen, gedroogde groenten,..)
7. Paardenhouderij:
niet alleen gebouwen maar ook aanleg van buitenpiste is subidiabel
8. Wijzigingen betreffende wijze van indienen:
- afschaffen van informatiefiche
-aanvraag moet gebeuren voor de start van de investeringen


Vanaf wanneer wordt het Besluit van de Vlaamse Regering van toepassing:
definitieve beslissing pas vanaf het najaar 2008

 

II. overzicht van de diverse betoelaagbare investeringen 

Bijlage I: Overzicht van de investeringen volgens hun aard en het overeenstemmende percentage steun ten opzichte van subsidiabele investeringen

 

aard van de investeringen
beschrijving van de investering met vermelding van de bijzondere voorwaarden
steun
 
  
groep 1:
investeringen gericht op de realisatie van een landbouw met verbrede doelstellingen, duurzame landbouw, biologische landbouw of de reconversie van het landbouwbedrijf
?         installatie voor waterzuivering op bedrijfsniveau, met inbegrip van de installaties voor waterzuivering in het kader van hergebruik van overtollig regen- en beregeningswater;
?         uitrusting voor het reinigen van de rookgassen van stookinstallaties met cyclonen, doekenfilters of rookgaswassing;
?         installatie van een eerste energiescherm in een bestaande serre en in een nieuwbouwserre;
?         stalverluchtingssysteem met een filter ter bestrijding van de geur- en stofhinder (biofilter, biobed, stoffilters, luchtwassers);
?         installatie van een warmtebuffer en een rookgascondensor;
?         installatie van een warmtepomp in combinatie met koude-warmteopslag als onderdeel van de inrichting van een gesloten kas;
?         installatie van een energiebesparende kasomhulling (dubbel glas, gecoat glas, kunststof kanaalplaten);
?         nieuwe verwarmingsinstallaties of omschakeling van bestaande verwarmingsinstallaties naar gas of hernieuwbare brandstoffen, inclusief installaties voor warmtekrachtkoppeling;
?         bouwen, verbouwen en uitrusten van bedrijfsgebouwen die gebruikt worden voor de aanmaak van zuivelproducten (met melk van het eigen bedrijf) en het bewaren van die producten, evenals de aankoop van materieel dat specifiek noodzakelijk is voor die activiteit;
?         bouwen, verbouwen en uitrusten van bedrijfsgebouwen die gebruikt worden voor het versnijden, bereiden en verkoopsklaar maken van vlees (geproduceerd op het eigen bedrijf) en het bewaren van die producten, evenals de aankoop van materieel dat specifiek noodzakelijk is voor die activiteit;
?         bouwen, verbouwen en uitrusten van bedrijfsgebouwen die gebruikt worden voor het artisanaal verwerken en verkoopsklaar maken van land- en tuinbouwproducten (andere producten dan melk en vlees, die geproduceerd zijn op het eigen bedrijf) en het bewaren van die producten, evenals de aankoop van materieel dat specifiek noodzakelijk is voor die activiteit;
?         bouwen, verbouwen en uitrusten van bedrijfsgebouwen die bestemd zijn voor de rechtstreekse verkoop van de eigen productie (al dan niet in verwerkte vorm) aan de consument of in een buurtwinkel, met inbegrip van een opslag- of koelruimte die bestemd is voor de verkoopsklare voorraad van die producten, evenals de aankoop van materieel dat specifiek noodzakelijk is om die activiteit uit te oefenen;
?         bouwen, verbouwen en uitrusten van bedrijfsgebouwen en de omheining van uitlopen die voldoen aan de normen voor biologische veehouderij vermeld in de lastenboeken voor de dierlijke biologische productie, op voorwaarde dat de aanvrager de biologische productiemethode toepast (bewijs voorleggen);
?         investeringen in vaste en verplaatsbare installaties zoals vogelnetten, imitatieroofvogels, care-eyeballonnen en afschrikwindmolentjes, gericht op het beperken van schade door vogels of ander wild met uitzondering van knalapparatuur;
?         mechanische of thermische onkruidbestrijding of loofdoding (schoffelmachine, zwenkmaaier, rijenfrees, vingeregge, loofklapper, onkruid- of loofbrander, grondstoommachine);
?         machines en uitrusting die specifiek noodzakelijk zijn voor het beheer van kleine landschapselementen, perceelsranden en landschap (eventueel contracten voorleggen);
?         installaties voor compostering (omzetten van de composthoop);
?         aanleg van hoogstamboomgaarden in de bioteelt;
?         investeringen, gericht op het educatief toegankelijk maken van de landbouwbedrijvigheid inzake de productie van producten voor een breder publiek;
?         inrichting van verblijfsruimten voor zorgvragers in het kader van de zorgboerderijen;
?         installaties en materieel die op bedrijfsniveau specifiek noodzakelijk zijn voor de bereiding van samengestelde voeders (andere dan ruwvoeders), hoofdzakelijk op basis van zelfgeteelde basisproducten en ter vervanging van krachtvoeders, of voor de bereiding van samengestelde voeders voor varkens op basis van CCM (Corn Cob Mix), hoofdzakelijk op basis van zelfgeteelde producten. De samengestelde voeders moeten een drogestofgehalte hebben van minstens 60%. Daarbij zijn ook graandrooginstallaties voor eigen granen inbegrepen op voorwaarde dat die werken volgens een proces waarbij de verbrandingsgassen niet door de granen gestuurd worden en waarbij er zodoende geen residu's voorkomen in het eindproduct;
?         geautomatiseerde champignonplukmachines in geval van reconversie van de productiemethode om het hoofd te bieden aan de delokalisatie van de champignonproductie;
?         aanplanten of heraanplanten van fruitplantages met nieuwe commercieel beloftevolle fruitvariÎteiten op voorwaarde dat de geÔntegreerde productiemethode toegepast wordt. Uitbreiding van het areaal wordt toegestaan;
?         installaties en materieel die op bedrijfsniveau specifiek noodzakelijk zijn voor de productie van medicinale en aromatische planten;
?         investeringen, gericht op de productie en het gebruik van hernieuwbare energiebronnen als vorm van diversificatie (land- en tuinbouwproductie blijft hoofdzaak), namelijk:
?         oliepers, bestemd voor de productie van PPO (pure plantaardige olie) en installaties voor het zuiveren van op het bedrijf geproduceerde PPO. De aankoop van een mobiele oliepers door een coˆperatie van landbouwers is subsidiabel mits het een coˆperatie betreft voor dienstverlening;
?         aanpassing van een tractor of een andere landbouwmachine voor het gebruik van PPO;
?         zonneboilers en fotovoltaÔsche zonnecellen;
?         installaties en materieel voor de productie van biogas en bijbehorende installaties voor de opwekking van elektriciteit op basis van een substantieel gedeelte grondstoffen van het bedrijf;
?         installaties en materieel voor de energieproductie op basis van energieteelten en bijbehorende installaties voor de opwekking van elektriciteit op basis van een substantieel gedeelte grondstoffen van het bedrijf;
?         installaties en materieel die op bedrijfsniveau specifiek noodzakelijk zijn voor de productie van andere hernieuwbare brandstoffen (bijvoorbeeld houtachtige energieteelten) en bijbehorende installaties voor de opwekking van elektriciteit.
?         andere gelijksoortige investeringen gericht op de realisatie van een landbouw met verbrede doelstellingen, duurzame landbouw, biologische landbouw of de reconversie van het landbouwbedrijf.
30 %
30 %

 

groep 2: investeringen in onroerend goed , gericht op de realisatie van een structuurverbetering
?         bouwen, verbouwen en uitrusten van melkveestallen, inclusief melkinstallatie, en van jongveestallen voor jongvee van dat melkvee;
?         bouwen, verbouwen en uitrusten van vleesveestallen en van jongveestallen voor jongvee van dat vleesvee;
?         bouwen van een nieuwe ammoniakemissiearme stal, die voorkomt op de lijst van ammoniak?emissiearme stallen van het Vlarem, op voorwaarde dat in zeugenstallen groepshuisvesting wordt toegepast en dat in legkippenstallen voliËrehuisvesting of grondhuisvesting wordt toegepast;
?         uitrusten van nieuwe ammoniakemissiearme legkippenstallen met voliËrehuisvesting of grondhuisvesting;
?         bouwen, verbouwen en uitrusten van vleeskalverstallen;
?         verbouwen en uitrusten van bestaande varkens- en pluimveestallen met het oog op de verbetering van het leefmilieu, de hygiÎne en het welzijn van de dieren;
?         herstellen van daken van hoeven met een cultuurhistorisch karakter, type vierkantshoeven of gelijkgesteld, ongeacht de bestemming van de bedrijfsruimten;
?         bouwen, verbouwen en uitrusten van stallen voor herten, schapen, geiten, konijnen en eventueel het bijbehorende jongvee;
?         bouwen, verbouwen en uitrusten van stallen voor paarden, met inbegrip van gebouwen voor het trainen van paarden en de aanleg van een buitenpiste (geen manËges). Paardenpension wordt aanvaard als vorm van diversificatie;
?         bouwen, verbouwen en uitrusten van gebouwen voor een zeer specifieke dierlijke productie, zoals de kweek van slakken, insecten en larven (geen honden- en nertsenkwekerijen);
?         sleufsilo met recuperatiesysteem voor silosappen;
?         bouwen, verbouwen en uitrusten (bijvoorbeeld verwarming, energieschermen, beregening, substraatinstallaties, tabletten) van serres in glas of plastic op vaste voet;
?         systemen voor het hergebruik van beregeningswater, opvang en hergebruik van hemelwater als beregeningswater;
?         afbraak van serres in combinatie met een project voor het oprichten van nieuwe serres (op dezelfde locatie of elders), met uitsluiting van kosten voor bodemsanering;
?         bouwen, verbouwen en uitrusten van kwekerijen van paddestoelen;
?         bouwen, verbouwen en uitrusten van bedrijfsgebouwen voor de productie van witloof, met inbegrip van de hydrocultuurinstallatie;
?         bouwen, verbouwen en uitrusten van gebouwen voor een zeer specifieke plantaardige productie (in-vitroculturen);
?         installaties voor de robotisering van de productie;
?         frigo's;
?         beregeningsinstallaties en installaties voor fertigatie (andere dan serre-uitrusting), maar niet op basis van grondwater;
?         aanleg van terreinen voor container- en stellingenteelt, evenals de specifieke terreinuitrusting in de boom- en sierteelt (algemeen);
?         loodsen voor de opslag en de bewaring van de productie, het marktklaar maken van de productie of voor het stallen van machines en materieel (geen huisvesting van dieren);
?         erfverharding en andere infrastructuurwerken in onroerende staat (opvangbassins voor hemelwater, kavelwegen, reinigingsplaats met bezinkput voor voertuigen, andere bezinkputten, opslagplaats voor vaste mest op kopakker, verhardingen voor de beperking van grondtarra);
?         nieuwe aanplantingen van kersen, krieken, pruimen, noten en druiven;
?         installaties en materieel, gericht op de oogstprotectie in bestaande fruitplantages (hagelkanon, hagelnetten, beregening tegen lentenachtvorst);
?         aankoop van bestaande bedrijfsgebouwen uitgezonderd gebouwen voor de huisvesting van dieren;
?         sanitaire opslagruimte voor kadavers met een koelinstallatie;
?         systemen voor beperking, recyclage of rationeel beheer van afvalwater (ontsmettings- en ontziltingsinstallaties, opslagplaats voor verontreinigd water);
?         systemen voor de beperking van het gebruik of van verliezen van pesticiden. Het betreft voornamelijk geavanceerde spuitmachines waarbij er een duidelijk aantoonbare vermindering is van de drift ten opzichte van de gangbare spuittoestellen;
?         investeringen, gericht op de beperking van de verspreiding van ziektekiemen (installaties voor het steriliseren van substraten of afvalgrond, reinigingsplaats met bezinkput voor voertuigen voor het vervoer van dieren, sanitaire laad- of losplaatsen voor dieren, inclusief eventuele afsluiting, sanitair sas in stallen);
?         machines voor directe inzaai ter voorkoming van erosie;
?         de eerste aanplant van biologisch geteelde duurzame planten en de eerste aankoop van biologisch gekweekte ouderdieren op voorwaarde dat de biologische productiemethode toegepast wordt (bewijs voorleggen);
?         andere gelijksoortige investeringen, in onroerend goed, gericht op de realisatie van een structuurverbetering.
20 %
20 %
20 %

 

groep 3:
overige investeringen, gericht op de realisatie van een structuurverbetering
?         machines en materieel (goederen die roerend zijn van nature) die niet opgenomen zijn in de andere lijsten en met uitzondering van tweedehandsmaterieel;
?         bouwen en uitrusten van nieuwe ammoniakemissiearme legkippenstallen met verrijkte kooien;
?         verbouwen en uitrusten van een bestaande legkippenstal naar een stal met huisvesting in verrijkte kooien;
?         heraanplanten van fruitplantages met gangbare fruitvariÎteiten, beperkt tot de gerooide oppervlakte van appel, peer en perzik;
?         de eerste aanplant (geen vervangingen) van duurzame planten zoals rozen- en moederplanten, hop- en aspergeplanten, houtachtig kleinfruit;
?         plastic serres en tunnels, andere dan die welke vermeld worden in groep 2.
?         andere gelijksoortige investeringen, in onroerend goed, gericht op de realisatie van een structuurverbetering.
.
10 %

 


III. Aanpassing VLIF-reglementering ingevolge omzendbrief 43

Vlaams Minister bevoegd voor Landbouw en visserij, Kris Peeters heeft op 26/07/07 een nieuwe omzendbrief ondertekend waarin een aantal wijzigingen en specificaties over de VLIF-reglementering worden opgenomen. De invoering gebeurt in 4 fasen, zoals hieronder toegelicht.

1. Vanaf 01/01/2007 (met terugwerkende kracht!) zijn volgende investeringen niet meer betoelaagbaar:

- overname 2de bedrijf,

- aankoop dieren buiten de eerste vestiging of speciale steunmaatregelen,

- goederen ter vervanging van gesubsidieerde goederen die minder dan 10 jaar (onroerende goederen) of 5 jaar (overige) oud zijn.
voorbeeld: aankoop nieuwe tractor is betoelaagbaar t.b.v. 10%. Tot op heden bleef het mogelijk om op een vervangingstractor ook 10% steun te krijgen, ook als deze binnen de 5 jaar werd vervangen. Nu kan men bij vervanging van de tractor door een nieuwe pas steun krijgen wanneer de te vervangen  tractor 5 jaar oud is. De investering in een bijkomende tractor blijft wel subsidieerbaar wanneer dit bedrijfseconomisch verantwoord is.
- bedrijfsgebouwen die hoofdzakelijk worden opgetrokken met gerecupereerde prefab bouwelementen (loodsen). Of tweedehands serres hieronder vallen is momenteel niet duidelijk.
- tweedehands bedrijfsuitrusting indien de aanvrager meer dan 5 jaar gevestigd is als landbouwer of ouder is dan 40 jaar op datum van de aanvraag
Dossiers ingediend in 2007 worden aan deze nieuwe voorwaarden getoetst.

2.  Vanaf 01/08/2007  opgelet: sedert 27/06/08 is het percentage van 40% afgeschaft en is 30% geworden!
Hoeveproducten
De betoelaging van 40% voor "investeringen gericht op productie en verkoop van hoeveproducten" wordt enkel nog aanvaard voor de investeringen die hier specifiek onder vallen.
Voorbeelden hiervan zijn:
hoevewinkel, verbruikslokaal, opslag- of koelruimte bestemd voor het bewaren van de verkoopsklare voorraad aan hoeveproducten, afwasbare wanden, antislipvloeren,...Ook voor de specifieke vaste uitrusting, machines en materieel voor de productie en de verkoop van hoeveproducten, inbegrepen een koel- en marktwagen blijft 40% steun verleend.
 De ruimte waar het bulkproduct wordt bewaard en bewerkt valt hier niet onder en wordt aan 20% betoelaagd. De producten dienen te worden verkocht via de korte keten (wat wil zeggen rechtstreeks aan de particulier)
Semi-industriÎle verwerking van eigen geteelde producten valt niet in de groep van 40%, omdat de afzet hier niet via de korte keten verloopt.
De verkoop dient te gebeuren via ÈÈn der volgende kanalen:
- een hoevewinkel die op de hoeve zelf, of in de onmiddellijke buurt ervan gevestigd is
-op locale boerenmarkten door de producent zelf
-via voedselteams, groente-abonnementen of coˆperaties
Verkoop aan groot- of kleinhandel wordt niet meer als rechtstreekse verkoop geklasseerd.
Hoevetoerisme
er kunnen voortaan 8 verblijfseenheden worden aanvaard bij hoevetoerisme doch binnen het maximaal betoelaagbare investeringsbedrag van 150.000 euro.


waterzuivering en - behandeling
investeringen in waterzuivering of -behandeling worden voortaan als volgt gesubsidieerd:
1) 40% steun:
- installaties voor waterzuivering op bedrijfsniveau
- installaties voor conditionering van water, ander dan diep grondwater, voor drinkwater voor het vee of voor beregenings- of voedingswater in serres
- installaties voor herconditionering van afvalwater voor hergebruik als drinkwater voor het vee of als beregenings- of voedingswater in serres
2) 20% steun:
- beregeningsinstallaties en installaties voor fertigatie (andere dan serre-uitrusting) maar niet op basis van grondwater
- installaties voor hergebruik van beregeningswater, opvang en hergebruik van hemelwater als beregeningswater anders dan in serres
- installaties voor beperking of rationeel beheer van afvalwater (opslag van verontreinigd water).

Volgende investeringen worden niet meer subsidiabel:
- personeelsruimte of kantoor en de uitrusting ervan wanneer de ruimtes onderdeel zijn van een woning
- aankoop van allerlei klein materieel zoals boormachine, slijpmachine, snoeischaar, betonmolen.

Behoud van steun bij een herfinanciering door dezelfde bank

Bij een herfinanciering door dezelfde bank buiten het kader van financiÎle moeilijkheden kan de oorspronkelijk toegekende steun ongewijzigd behouden blijven. Er worden geen herschikkingen van steun (verlenging, andere periodiciteit,...)toegestaan. Het theoretische aflossingsplan m.b.t. de toekenning van de VLIF-steun moet verder strikt gevolgd worden.

3. Vanaf 1 september 2007

Naast de wijzigingen inzake betoelaging is er ook een wijziging van de indieningsprocedure. Er is een wijziging van de lay-out van de in te dienen documenten. Belangrijk is ook dat investeringen die niet voorzien zijn bij de indiening van het 1ste luik (voorheen inlichtingsblad) niet aanvaard worden op de aanvraag 2de luik (voorheen de eigenlijke aanvraag).

Het minimumbedrag van de netto (= excl. BTW) betoelaagbare investering voor een dossier wordt 15.000 euro, ongeacht de investering. (voordien was dit 12.500 euro indien financiering met een lening en 6.250 euro indien financiering met eigen middelen).

Ook zal er in de toekomst nog slechts 1 VLIF-aanvraag kunnen ingediend worden per kalenderjaar. Bij wijze van overgang kan nog 1 VLIF-aanvraag ingediend worden voor de periode 01/09/2007 tot 31/12/2007, daarna nog 1 aanvraag per kalenderjaar. Wel zal nog mogelijk blijven dat er een VLIF-aanvraag gebeurt voor vestigingssteun en in hetzelfde kalenderjaar nog een aanvraag voor steun bij investeringen.

4. Vanaf 01/01/2008


- De totale steun bij vestiging van jonge landbouwers wordt beperkt tot 55 000 euro (momenteel is dit nog maximaal 69 000 euro).
- aankoop van aanvullend materiaal en dieren bij eerste installatie door overname blijft mogelijk tot 1 jaar na de registratie van de VLIF-aanvraag (1ste luik). De subsidie aanvraag gebeurt met een gewijzigde aanvraag om  tussenkomst.

- afschaffing van de steun "overname, buiten het kader van de vestiging, van een gedeelte van de bedrijfsbekleding". In het kader van een samenuitbating betekent dit dat de overname van het 2de gedeelte niet meer betoelaagbaar wordt. De steun bij overname bedrijf zal zich dus toespitsen op de overname van het 1ste deel.
Tot 31/12/2007 kunnen aanvragen voor overname 2de gedeeltehiervoor ingediend worden doch er mag niet meer dan 10 jaar zitten tussen de overname 1ste fase en de overname 2de fase.

of speciale steunmaatregelen,

- goederen ter vervanging van gesubsidieerde goederen die minder dan 10 jaar (onroerende goederen) of 5 jaar (overige) oud zijn.
voorbeeld: aankoop nieuwe tractor is betoelaagbaar t.b.v. 10%. Tot op heden bleef het mogelijk om op een vervangingstractor ook 10% steun te krijgen, ook als deze binnen de 5 jaar werd vervangen. Nu kan men bij vervanging van de tractor door een nieuwe pas steun krijgen wanneer de te vervangen  tractor 5 jaar oud is. De investering in een bijkomende tractor blijft wel subsidieerbaar wanneer dit bedrijfseconomisch verantwoord is.
- bedrijfsgebouwen die hoofdzakelijk worden opgetrokken met gerecupereerde prefab bouwelementen (loodsen). Of tweedehands serres hieronder vallen is momenteel niet duidelijk.
- tweedehands bedrijfsuitrusting indien de aanvrager meer dan 5 jaar gevestigd is als landbouwer of ouder is dan 40 jaar op datum van de aanvraag
Dossiers ingediend in 2007 worden aan deze nieuwe voorwaarden getoetst.



- De totale steun bij vestiging van jonge landbouwers wordt beperkt tot 55 000 euro (momenteel is dit nog maximaal 69 000 euro).
-

- aankoop van aanvullend materiaal en dieren bij eerste installatie door overname blijft mogelijk tot 1 jaar na de registratie van de VLIF-aanvraag (1ste luik). De subsidie aanvraag gebeurt met een gewijzigde aanvraag om  tussenkomst.

- afschaffing van de steun "overname, buiten het kader van de vestiging, van een gedeelte van de bedrijfsbekleding". In het kader van een samenuitbating betekent dit dat de overname van het 2de gedeelte niet meer betoelaagbaar wordt. De steun bij overname bedrijf zal zich dus toespitsen op de overname van het 1ste deel.
Tot 31/12/2007 kunnen aanvragen voor overname 2de gedeeltehiervoor ingediend worden doch er mag niet meer dan 10 jaar zitten tussen de overname 1ste fase en de overname 2de fase.